An economic examination of non-profit accountability to client-communities in South Africa

Dineo, Shirley Seabe (2019-12)

Thesis (PhD)--Stellenbosch University, 2019.

Thesis

ENGLISH SUMMARY : The target of non-profit organisation (NPO) accountability is efficacy in achieving the mission, the efficiency with resource use, risk-minimising and guarding against corruption (Mook, 2012). However, for a long time, the focus has been on efficient use of money and policing maleficence. The emphasis on functional accountability has created a narrow view off accountability as answering to donors at the expense of being accountable to the people they serve (Gent, Crescenzi, Menning & Reid, 2013; Mook, 2010: Murtaza, 2012). There has however been a shift inspired by normative ideas about the NPOs’ responsibility to their clients beyond “a moral responsibility to provide services that reflect their true needs” (Guo, 2007, p. 459). Despite this shift and the arguments for greater accountability to NPO clients, we still know very little about the role of client-communities as principals of NPOs. These principals have even received limited treatment in the theoretical economics literature (Jegers, 2015). This study, therefore, provides an economic investigation of the NPOs’ accountability to client-communities using South Africa as a case study. Its first applies spatial econometric techniques to test the hypothesis that if NPOs are responsive to the needs of the people, a correlation between NPO density and need should be evident. The study then draws from principal-agent theory and the rights-based approach to formulate a framework and construct propositions that can guide research on NPO accountability to client-communities. This research test three of the propositions: two related to the leadership characteristics correlated with greater accountability to these stakeholders and the other to the implications of greater NPO accountability for community satisfaction with the NPO’s operations. The findings showed that NPOs are geographically concentrated due to agglomeration benefits from knowledge and skills, as well as the availability of private philanthropic resources, but have broad geographic reach in terms of meeting the needs of communities. The organisations are also accountable to communities, which translated to favourable evaluations by community members. However, the findings showed that NPOs are more likely to be responsive if altruistic leaders with more education and experience control the organisations. Furthermore, revenue, location and organisational type are significant conditions for community accountability and the mediators of its relationship with community satisfaction. Overall, the findings lead to the conclusion that NPOs in South Africa, especially small community-based organisations are accountable to client-communities. Nonetheless, we identified several limitations which could be addressed by future research.

AFRIKAANSE OPSOMMING : Geen opsomming beskikbaar.

NEDERLANDSE SAMENVATTING : Het uiteindelijke doel van non-profit ‘accountability’ is het realiseren van de doelstellingen van de betrokken organisatie, met een efficiënt gebruikt van middelen, beperking van risico, en het vermijden van corruptie (Mook, 2012). In de praktijk heeft de nadruk echter vooral gelegen in een efficiënt gebruik van fondsen en het vermijden van wangedrag, waardoor een beperkte visie is ontstaan op ‘accountability’: de focus lag eerder op de donors dan op de begunstigden van de organisaties (Gent, Crescenzi, Menning & Reid), 2013, Mook, 2010; Murtaza, 2012). Recentelijk is er echter een verschuiving waar te nemen, geïnspireerd door normatieve ideeën over de verantwoordelijkheid van non-profit organisaties ten opzichte van hun begunstigden die verder gaat dan ‘a moral responsibiility to provide services that relfect their true needs’ (Guo, 2017; p. 459). Dit neemt niet weg dat nog steeds weinig geweten is over de rol van begunstigden (of begunstigde gemeenschappen) als prinicipalen van non-profit organisaties, ook niet in de theoretische literatuur (Jegers, 2015). Het voorliggend proefschrift beoogt daarom een economische studie van de ‘accountability’ van non-profit organisaties t.o.v. hun begunstigden, uitgevoerd met Zuid-Afrikaanse data. Het werk begint met een econometrische analyse die de volgende hypothese test: non-profit organisaties die sneller inspelen op de behoeften van hun begunstigden zullen zich eerder vestigen daar waar deze behoeften het grootst zijn. Vervolgens wordt, op basis van een principaal-agent benadering gecombineerd met een rechtengebaseerde benadering een theoretisch kader met bijhorende stellingen tot stand gebracht om een beter inzicht te verschaffen in ‘accountability’ t.o.v. begunstigden of begunstigde gemeenschappen. Twee proposities worden empirisch getest: de relatie van leiderschapskenmerken en ‘accountability’ t.o.v. begunstigden, en de relatie tussen ‘accountability’ en tevredenheid van de bereikte gemeenschappen met de activiteiten van de non-profit organisatie. Uit de analyses blijkt dat non-profit organisaties geografisch geconcentreerd zijn ten gevolge van agglomeratievoordelen op het vlak van kennis en vaardigheden, maar ook van de beschikbaarheid van filantropische middelen, weliswaar met een ruim bereik in termen van het vervullen van de behoeften van de gemeenschappen. De organisaties legden ook voldoende verantwoording af t.o.v. de betrokken gemeenschappen, met een hoge tevredenhed tot gevolg. Daartegenover staat dat de organisaties sneller geneigd zijn tot reële ‘accountability’ als hun altruïstische leiders hoger opgeleid zijn en meer ervaring hebben. Daarenboven mediëren inkomen, locatie, en organisatietype de relatie tussen ‘accountability’ en tevredenheid van de begunstigde gemeenschappen. Samengevat kunnen we tot het besluit komen dat non-profit organisaties in Zuid-Afrika, en meer in het bijzonder de kleinere die ingebed zijn in de gemeenschappen, ruimschoots verantwoording afleggen aan hun begunstigden. Dit neemt niet weg dat er nog verschilende beperkingen en moeilijkheden zijn. Deze kunnen het voorwerp uitmaken van verder onderzoek.

Please refer to this item in SUNScholar by using the following persistent URL: http://hdl.handle.net/10019.1/107331
This item appears in the following collections: