Recollection and Confession : the Heidelberg catechism as a site of memory in the Dutch Reformed Church, 1862-1963

Van Tonder, Helene (2017-12)

Thesis (PhD)--Stellenbosch University, 2017.


ENGLISH ABSTRACT: This study is an analysis of the Heidelberg Catechism as site of memory in the Dutch Reformed Church (DRC) in the period 1862 to 1963. It assumes that there is a dynamic entanglement between recollection and confession as sources of identity in Reformed communities. To put it differently: how a community remembers confessional documents plays a role in how it confesses and embodies its faith at a particular point in time and what it means for them to do so. The study examines and explicates the characteristics and effects of this entanglement in the history of the DRC. The main questions that the study sets out to answer are as follows: How was the Heidelberg Catechism remembered by the DRC between 1862 and 1963? What stimulated the DRC’s commemoration of the Catechism? How did memories of the Catechism influence the DRC’s confession and embodiment of its faith? What collective shared knowledge did the DRC express by way of the Catechism? To answer these questions, archival material from newspapers and journals from the period is studied through the theoretical lens “site of memory.” The aim is to identify the places and instances where the DRC’s memory of the Heidelberg Catechism was formed, expressed and crystallised. Therefore, instead of being interested in exactly what happened during any particular event involving the Heidelberg Catechism or what the outcome was, the driving question is rather why the Heidelberg Catechism is relevant to an event at all. Or to give another example: instead of asking whether the DRC’s memory of the Heidelberg Catechism was correct or not, the focus is on how it was remembered and what kind of identity construction this memory facilitated. The body of the study consists of four chapters. Chapter 2 analyses and discusses the Heidelberg Catechism as a pivotal aspect of the socalled Liberal Struggle of the 1860s. It provides a short overview of the theological context of the 1860s and focuses on the “outbreak” of the Liberal Struggle at the synod of 1862 as a result of a remark about the Heidelberg Catechism by one of the members of the synod. It shows that the preservation of the Reformed heritage was closely connected to the Heidelberg Catechism for both sides of the conflict, and accordingly explicates the different understandings of tradition that are at the heart of this theological conflict. Chapter 3 focuses on the role of the Heidelberg Catechism in the infamous Du Plessis case of the late 1920s and early 1930s. In this controversy, the Catechism had a subtler presence than was the case in the theological conflicts of the 1860s. However, it is argued that the memory of the Liberal Struggle had a defining influence on how the Du Plessis case was framed and eventually concluded. Chapter 4 deals with the 1930s and 1940s as a period in which the DRC was faced with social problems specifically caused by widespread poverty and urbanisation. The time was depicted as one of decline and deterioration. The chapter discusses how the DRC responded to the zeitgeist by defining itself as a confessional church. It also shows how a “return to the past” functioned as a point of stability and orientation and how “heritage” as a concept became a central aspect in the DRC’s identity construction. In defining its heritage, the DRC merged various aspects of its past into one narrative, including Reformed Confessions, Protestant history, Dutch history and South African history. Chapter 5 investigates and explicates the close link between commemoration and identity. It delves deeper into the return of history that started in the mid 1930s, and discusses the DRC’s concern with how its past was remembered and ritualised. The specific memories of the Heidelberg Catechism between 1948 and 1963 are also discussed and analysed, with special attention being paid to the 400th commemoration of the Heidelberg Catechism in 1963. In the final section the unification of the five DRC synods is discussed as an event supposedly following from a shared confessional basis but shown to be clearly influenced by the DRC’s commemorative practices.

HOLLANDSE OPSOMMING: Deze studie is een analyse van de Heidelbergse Catechismus als een plaats van gedachtenis binnen de Nederduitse Gereformeerde Kerk (NGK) voor de periode van 1862 tot 1963. De studie stelt voorop dat er een dynamische correlatie bestaat tussen gedachtenis en belijdenis als bronnen van identiteit binnen gereformeerde gemeenschappen. Met andere woorden: de manier waarop een gemeenschap zich haar belijdenisgeschriften herinnert, speelt een rol in de manier waarop ze haar geloof belijdt en beoefent, alsook de waarde die ze daaraan hecht. De studie onderzoekt en verduidelijkt de kenmerken en de gevolgen van deze correlatie op de geschiedenis van de NGK. De studie beoogt om de volgende essentiële vragen te beantwoorden: Hoe werd de Heidelbergse Catechismus door de NGK herinnerd tussen 1862 en 1963? Welke factoren stimuleerden de gedachtenis van de Catechismus door de NGK? Welke invloed hadden herinneringen aan de Catechismus op de geloofsbelijdenis binnen de NGK? Welke gemeenschappelijke kennis werd door de NGK gepredikt door middel van de Catechismus? Om deze vragen te beantwoorden, wordt archiefmateriaal van kranten en dagbladen van deze periode bestudeerd met een theoretische lens “plaats van gedachtenis”. Het doel van de studie is om plaatsen en instanties te identificeren waar de gedachtenis van de Heidelbergse Catechismus door de NGK werd gevormd, uitgedrukt en gekristalliseerd. In plaats van te achterhalen wat er precies gebeurde tijdens één of andere gebeurtenis waarbij de Heidelbergse Catechismus betrokken was, is de hoofdvraag eerder als de Heidelbergse Catechismus in de eerste plaats van belang was bij de gebeurtenis of niet. Of om nog een ander voorbeeld te stellen: in plaats van zich af te vragen of de gedachtenis van de Heidelbergse Catechismus binnen de NGK al dan niet correct is, ligt de nadruk eerder op hoe die herinnerd wordt en aan welke vorm van identiteit deze gedachtenis vorm geeft. De studie bestaat uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 2 analyseert en bespreekt de Heidelbergse Catechismus als een cruciaal onderdeel van de zogenaamde Liberale Strijd in de jaren 1860. Het geeft een kort overzicht van de theologische context van de jaren 1860 en het gaat in op de oorsprong van de Liberale Strijd tijdens de synode van 1862, in verband met een opmerking van één van de leden van de synode over de Heidelbergse Catechismus. Het toont aan dat de bewaring van het gereformeerd erfgoed voor de beide partijen van het conflict nauw samenhing met de Heidelbergse Catechismus. Het verduidelijkt eveneens de verschillende opinies over traditie, die aan de grondslag liggen van dit theologisch conflict. Hoofdstuk 3 handelt over de rol van de Heidelbergse Catechismus in de beruchte zaak Du Plessis van de late jaren 1920 en begin 1930. In deze controverse speelde de Catechismus een meer subtiele rol dan bij de theologische conflicten van de jaren 1860. Het staat echter buiten kijf dat de nagedachtenis van de Liberale Strijd een cruciale invloed had op het verloop van de zaak Du Plessis en de uiteindelijke afhandeling ervan. Hoofdstuk 4 beschrijft de jaren 1930 en 1940 als een periode waarin de NGK moest afrekenen met sociale problemen die specifiek veroorzaakt werden door wijd verspreide armoede en verstedelijking. Het was een tijdperk van verarming en teloorgang. Het hoofdstuk bespreekt hoe de NGK reageerde op de “zeitgeist” en zich aldus profileerde als een confessionele kerk. Het toont aan dat een “terugkeer naar het verleden” functioneerde als een teken van stabiliteit en oriëntering; alsook hoe “erfgoed” een cruciaal aspect werd in de opmaak van de identiteit van de NGK. In de definitie van haar erfgoed bracht de NGK verschillende aspecten van haar verleden onder één noemer, waaronder hervormde belijdenissen, protestantse geschiedenis, Nederlandse geschiedenis en Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Hoodstuk 5 onderzoekt en verduidelijkt het nauw verband tussen herdenking en identiteit. Het gaat dieper in op de terugkeer van de geschiedenis, die begon in het midden van de jaren 1930. Het bespreekt hoe de NGK belang stelde in hoe haar verleden werd herinnerd en geritualiseerd. Verder worden ook de specifieke herinneringen van de Heidelbergse Catechismus tussen 1948 en 1963 besproken en geanalyseerd; speciale aandacht wordt besteed aan de 400ste herdenking van de Heidelbergse Catechismus in 1963. In de laatste sectie wordt de vereniging van de vijf NGK synoden besproken. Alhoewel deze gebeurtenis zogenaamd voortvloeide uit een gezamenlijke confessionele basis, werd het toch duidelijk beïnvloed door de herdenkingsprincipes van de NGK.

Please refer to this item in SUNScholar by using the following persistent URL:
This item appears in the following collections: