“… wood carved by the knife of circumstance…”? : Cape rapists and rape in South Africa, c. 1910-1980

Fransch, Chet J. P. (2016-12)

Thesis (PhD)--Stellenbosch University, 2016.

Thesis

ENGLISH ABSTRACT: “… wood carved by the knife of circumstance…”?: Cape Rapists and Rape in South Africa, c. 1910-1980, interrogates the notion that rapists are a product of an inherent nature and/or are nurtured by their environments to commit acts of rape. It also attempts to contextualise the changing definitions, motivations, justifications, and rationalisations given by theorists, politicians, jurists, the medical profession, society, communities, families, rape victims, and rapists. The central thesis questions, a slight adaptation from that of Joanna Bourke, are: “who were the rapists in the Cape?”, “why did they do what they did?” and “how particular are they to the Cape?” By contextualizing existing studies on rape with the accounts within the rich primary archives, Cape rapists are not merely located, defined, and explained, but are also contextualized within broader South African and global categories of rapists in what unfolds as a history of contested (and sometimes competing) notions of consensual sex, sexuality, and non-consensual sexual violence.

DUTCH ABSTRACT: ‘Houtsnijwerk, het mes of de omstandigheden als gereedschap?’ Verkrachters in de Kaap en verkrachting in Zuid-Afrika, circa 1910-1980, onderzoekt niet alleen het idee dat verkrachters het product zijn van hun inherente natuur of gevormd zijn door omstandigheden, maar poogt de veranderende definities, motieven, rechtvaardigingen en rationalisaties, opgeworpen door theoretici, politici, juristen, de medische wereld, de samenleving, gemeenschappen, families, slachtoffers en daders in perspectief te plaatsen. De centrale vraagstelling, die licht afwijkt van de vraagstelling van Joanna Bourke, cirkelt rond de vragen: ‘Wie waren de verkrachters in de Kaap?’, ‘Waarom deden zij wat ze deden?’ en ‘Zijn deze gevallen exemplarisch voor de Kaap?’ Door bestaande studies over verkrachting te voorzien van een context, met behulp van beschrijvingen die terug te vinden zijn in archieven, kunnen verkrachters uit de Kaap niet alleen worden gelokaliseerd, gedefinieerd en geduid, maar tevens gecontextualiseerd binnen het bredere verband van Zuid-Afrikaanse en wereldwijde categorieën van verkrachters, in wat zich ontvouwt als een geschiedenis van betwiste (en soms rivaliserende) ideeën over consensuele seks, seksualiteit en non-consensuele seks.

AFRIKAANSE OPSOMMING: “…hout gekerf deur die mes van omstandigheid…”?: Kaapse Verkragters en Verkragting in Suid-Afrika, c. 1910-1980, ondersoek die idee dat verkragters of ’n produk is van ’n inherente of aangebore aard, en/of dat hulle deur hulle omgewing gevorm word om dade van verkragtig te pleeg. Dit probeer ook om die veranderende definisies, motiverings, regverdigings en rasionaliserings wat deur teoretici, politici, regsgeleerdes, die mediese professie, die samelewing, gemeenskappe, gesinne, verkragtingslagoffers en verkragters gegee word, te kontekstualiseer. Die sentrale vraagstuk is ’n effense aanpassing van dié van Joanna Bourke, “wie was die verkragters in die Kaap?”, “hoekom het hulle gedoen wat hulle gedoen het?” en “hoe eie is hulle aan die Kaap?” Deur die kontekstualisering van bestaande studies oor verkragting met verslae verkrygbaar in die ryk en omvattende primêre argiewe, word Kaapse verkragters nie slegs geplaas, gedefinieer, en verklaar nie, maar word hulle ook gekontekstualiseer binne breër Suid-Afrikaanse en globale kategorieë van verkragters in wat ontvou as ’n geskiedenis van omstrede (en soms mededingende) begrippe van konsensuele seks, seksualiteit, en nie-konsensuele seksuele geweld.

Please refer to this item in SUNScholar by using the following persistent URL: http://hdl.handle.net/10019.1/100239
This item appears in the following collections: